In dezelfde week vertellen twee publicaties die op het eerste gezicht niets met elkaar te maken hebben, hetzelfde verhaal. In Frankrijk heeft de Fevad de editie 2026 van haar "Kerncijfers van de e-commerce" bekendgemaakt: 94 % van de e-commercebedrijven maakt inmiddels gebruik van generatieve AI (voornamelijk voor marketing en klantrelaties), en bijna 7 op de 10 beschouwt agentgebaseerde handel als een van de meest veelbelovende innovaties van de komende jaren. Internationaal gezien plaatstde PYMNTS/Visa-index AI-winkelassistenten bovenaan de investeringsprioriteiten van retailers voor de komende drie jaar. Samen genomen zeggen deze twee inzichten hetzelfde: agentieke handel is niet langer een theoretisch concept, maar een infrastructuur die momenteel wordt uitgerold.
Twee onderzoeken, één en dezelfde omslag
Het meest veelzeggende cijfer is niet het acceptatiepercentage, maar de manier waarop de budgetten verschuiven. Volgens het PYMNTS-onderzoek, uitgevoerd in opdracht van Visa Acceptance Solutions onder 1.185 handelaren in de Verenigde Staten, Brazilië en de Verenigde Arabische Emiraten, noemt 37 % van de retailers AI-winkelassistenten nu als hun belangrijkste investeringsprioriteit. Belangrijker nog is dat deze opmars gepaard gaat met een relatieve terugval in investeringen in bouwstenen die tot nu toe als standaard werden beschouwd: de investeringen in cross-channel dalen met negen procentpunten, en de ondersteuning voor geregistreerde betaalmethoden en mobiele apps neemt af. Met andere woorden: de winkelketens nemen geen genoegen met het simpelweg toevoegen van AI aan hun bestaande technologie: ze herverdelen hun budgetten actief naar automatisering in plaats van eindeloos functies op te stapelen.
Wat de vraag betreft, komen de twee onderzoeken overeen. De Fevad constateert dat bijna een op de drie onlinekopers in Frankrijk al gebruikmaakt van AI tijdens het aankoopproces, vooral in de beginfase, om te zoeken, te vergelijken en een keuze te maken. De Visa-index meet op zijn beurt dat 47 % van de online kopers bij hun laatste aankoop gebruik heeft gemaakt van AI, en dat 64 % verwacht binnen twee jaar een AI-shoppingassistent te gaan gebruiken. Wanneer vraag en aanbod zich in hetzelfde tempo ontwikkelen, is er geen sprake meer van een zwak signaal.
Wanneer infrastructuur de norm wordt
Dan blijft nog de technische kwestie over: om de catalogus open te stellen voor AI-agenten was tot nu toe voor elk conversatieplatform een specifieke ontwikkeling nodig. Die barrière wordt nu weggenomen. Eind juni heeft Microsoft de MCP-server van Dynamics 365 Commerce in openbare preview vrijgegeven. Deze server biedt via één enkel toegangspunt de essentiële bouwstenen van de e-commerce – productzoekfunctie, voorraadbeschikbaarheid, prijzen, winkelmandje, betaling, ordertracking – zodat elke compatibele agent deze rechtstreeks kan aanroepen. Het Model Context Protocol profileert zich daarmee als de open standaard die voorkomt dat de technische stack bij elke nieuwe interface opnieuw moet worden opgebouwd.
Dat is precies wat ervoor zorgt dat een technologie de overstap maakt van experimentele fase naar infrastructuur: het moment waarop het koppelen van een agent aan een catalogus niet langer een maatwerkproject is, maar een vanzelfsprekendheid wordt. De drempel is dan niet langer technisch van aard. Ze wordt strategisch.
De echte vraag is niet langer „of“, maar „welke“ agent
Als het kopen van levensmiddelen steeds meer door AI-agenten wordt overgenomen – en beide onderzoeken wijzen hierop – dan zal een deel van het aankooptraject buiten de website en de app van de winkelketen plaatsvinden. De relevante vraag voor een e-commerce-directeur is dus niet langer of een AI-agent ooit in plaats van zijn klant een bestelling zal plaatsen, maar welke agent die rol zal vervullen: een algemene assistent van een derde partij die zich tussen de winkelketen en zijn klant plaatst, of de agent van de winkelketen zelf, die in de gebruikerservaring is geïntegreerd, met de stem van de winkelketen spreekt en de gegevens bij de winkelketen zelf bewaart.
Dat is onze fundamentele overtuiging. Gezien het risico van desintermediatie is white label geen defensieve optie, maar juist de manier om de controle over de klantrelatie te behouden op het moment dat deze zich opnieuw afspeelt. Een medewerker die uitgaat van een wens of een recept, het winkelmandje samenstelt en op het juiste moment de juiste producten aanbeveelt, creëert meer waarde – zowel voor de klant als voor de merken – dan een generieke medewerker die een anonieme catalogus raadpleegt. Maar dan moet het wel de catalogus van het eigen merk zijn.
Conclusie
Twee onderzoeken, één en dezelfde trend: de acceptatie is er, de budgetten volgen en de infrastructuur wordt gestandaardiseerd. Distributeurs die nu investeren in een gespecialiseerde white-label-partner – in plaats van af te wachten welke derde partij de relatie zal overnemen – volgen geen trend: ze nemen een positie in binnen het distributiekanaal van de levensmiddelenhandel van morgen. Dat is precies waar Mealz zijn partnerketens bij Mealz .



